SCREENING EN RISICOTAXATIE KINDERMISHANDELING


PROMOTIEONDERZOEK MAARTJE SCHOUTEN,
23 maart 2017, Universiteit Utrecht

In 2011 stelde de Inspectie voor de Gezondheidszorg screening op kindermishandeling verplicht. Voor ieder kind dat op een huisartsenpost of de spoedeisende hulp komt moet de arts eerst een vragenlijst beantwoorden. Zonder die antwoorden weigert het computersysteem dienst. Deze verplichte screening was het onderwerp van het proefschrift waarop arts-onderzoeker aan de Medische Faculteit Maartje Schouten op 23 maart 2017 promoveerde. Zij onderzocht de diagnostische waarde van het meest gebruikte screeningsinstrument: de SPUTOVAMO-R2 vragenlijst voor het opsporen van kindermishandeling.

Haar bevindingen:

  1. Slechts twee op de honderd kindermishandelingen worden met het gehanteerde instrument opgespoord;
  2. Van de gevonden verdenkingen blijkt 92% onterecht.

Schouten komt tot de aanbeveling de verplichte screening op kindermishandeling in deze vorm af te schaffen en te vervangen door een specifiekere vorm.

REACTIES IN DE MEDIA

NRC Handelsblad publiceerde op 28 maart 2017 van twee vooraanstaande deskundigen commentaar.

Ido Weijers, emeritus hoogleraar Jeugdbescherming, komt in een doorwrochte beschouwing tot de stelling dat ouders de dupe zijn van "een bonte verzameling screenings- en risicotaxatie-instrumenten".

Dettmeijer en Menenti (Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen) komen tot een tegenovergesteld standpunt: 'Liever een ouder onterecht verdacht, dan een kind mishandeld' stond boven hun beschrijving van het nijpende dilemma van de arts die een kind met letsel voor zich krijgt. "Een onterecht vermoeden van kindermishandeling is, voor screening, het minste van twee kwaden". Immers, wat volgt na zo'n vermoeden is "een keten van beslissingen" door kinderarts, Veilig Thuis, Crisis Interventie Team, Kinderbescherming en uiteindelijk de Kinderrechter. Bij zoveel achtereenvolgende beslissers zullen de vals-positieven er wel uitgefilterd worden, zo lijken zij te suggereren. Hoe pijnlijk dit proces ook is voor de onschuldige ouders, voor Dettmeijer c.s. gaat zekerheid omtrent de veiligheid van het kind voor.

COMMENTAAR

Wat hiermee buiten beschouwing blijft is het mechanisme waardoor een vals alarm in die keten van beslissingen juist niet wordt onderkend: iedere beslisser in de keten wil liever de verantwoordelijkheid doorschuiven naar de volgende beslisser. Aan het eind van de keten staat immers - met een aureool van zorgvuldigheid en onfeilbaarheid - de kinderrechter.

Voor wie buiten het procesrecht staat (zoals de arts) is het onvoorstelbaar, maar de kinderrechter ziet het niet als zijn taak om aan 'waarheidsvinding' te doen. De kinderrechter vaart blind op de professionals in de keten en iedere schakel in de keten vaart blind op zijn 'ketenpartner' vr hem en n hem.

Daar komt bij dat de wet geen enkel houvast geeft. Een kind kan onder toezicht gesteld worden indien het "ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd". Het kan uit huis geplaatst worden indien dit "noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding of voor onderzoek" van het kind.

Alleen de spoedmachtiging uithuisplaatsing is een ietsje specifieker. Die vereist dat er sprake is van "onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige". Maar ook hier: materialisatie van dit criterium verlangt de kinderrechter niet. Het blijft de facto z.g. "blanket-wetgeving". Met die spoedmachtiging (een fax naar en van de kinderrechter) wordt het kind achter de rug van zijn ouders van school gehaald en plaatst de kinderrechter zich zelf voor een voldongen feit dat niet gemakkelijk wordt teruggedraaid. Een rechtmatigheidstoets post hoc blijft achterwege.

Het is precies dt wettelijk traject dat volgt op de melding van de screen-arts. Waar geen controle is op de feitelijke grondslag gaan vanzelf in dit traject ook nog eens perverse prikkels (budgettaire motieven, het halen van de prestatienorm) een rol spelen.

Het zal geen verwondering wekken dat deze praktijk voor advocaten al decennia een bron van frustratie is. Inmiddels heeft de kritiek van advocaten in het politieke discours onder meer geleid tot een roep om een Commissie afgesloten jeugdzaken (voor rehabilitatie met schadevergoeding). Naar aanleiding van een voorstel van Huib Struycken, een van de medeoprichters van het NACFJ (Nederlands Advocaten Comité Familie- & Jeugdrecht), is de minister in een (breed aangenomen) motie opgeroepen tot het invoeren van een Rechter-Commissaris, met het doel de vrijblijvendheid waarmee met de waarheid een loopje kan worden genomen een halt toe te roepen. Het NACFJ exploreert met hetzelfde doel de mogelijkheden van het nieuwe Tuchtrecht in het Jeugddomein.

Als het probleem van wat in het Jeugdrecht misleidend waarheidsvinding wordt genoemd geklaard is en men kan vertrouwen op een zorgvuldig juridisch traject na de melding, hoeven artsen niet meer te vrezen voor hun reputatie mochten ze kinderen ten onrechte signaleren. En ouders die hun kind mishandeld hebben? We moeten ons realiseren dat met al die screenings- en risicotaxatie-instrumenten juist die ouders wel drie keer zullen nadenken voor zij noodzakelijke hulp inschakelen.

PP ■

Reageren...


Reacties: